Rijm & ritme
Rijmschema’s en rijmtips voor je Sinterklaasgedicht
Rijm helpt een gedicht bij elkaar te houden. Toch hoeft niet iedere zin perfect te rijmen. Een herkenbaar verhaal en een prettig spreekritme zijn minstens zo belangrijk.
Gepaard rijm: AABB
Bij gepaard rijm horen steeds twee regels bij elkaar. De laatste woorden van regel één en twee rijmen; daarna begint een nieuw rijmpaar. Dit schema is handig als je per twee regels één gedachte wilt afmaken.
Op zondag pak jij graag een boek,
en leest gezellig in je hoek.
De thee staat klaar, de dag is fijn,
wat zal het volgende hoofdstuk zijn?
“Boek” en “hoek” vormen paar A; “fijn” en “zijn” vormen paar B. Begin met zulke eenvoudige eindwoorden. Je kunt de regels daarna persoonlijker maken zonder het schema te veranderen.
Gekruist rijm: ABAB
Bij gekruist rijm rijmt regel één op drie, en regel twee op vier. Daardoor loopt een gedachte wat langer door. Schrijf eerst de vier eindwoorden op als je het overzicht verliest.
Je leest een boek en droomt van zee,
je boek ligt open op je schoot.
De bladzij neemt je met zich mee,
op reis, misschien wel met een boot.
Zoek een rijmwoord dat iets toevoegt
Handige paren zijn klaar / jaar, nacht / bedacht, mee / thee en hand / strand. Kies ze pas nadat je weet wat je wilt vertellen. Als “strand” nergens in de herinnering past, heeft dat rijmwoord weinig nut. Verplaats desnoods het belangrijkste woord naar het midden van de zin.
Stel dat je cadeau “waterverf” is en je geen goed rijm vindt. Laat die naam dan niet aan het einde staan: “Met waterverf en een penseel, / maak jij van wit papier weer veel.” Je kunt ook kiezen voor “kleur / deur” en het cadeau alleen beschrijven.
Ritme hoor je door te lezen
Je hoeft geen lettergrepen te tellen om een eerste gedicht te schrijven. Lees het hardop alsof je het aan de ontvanger vertelt. Een regel die veel langer duurt dan de vorige, kun je vaak inkorten. “Omdat je altijd op alle zondagen leest” wordt “Omdat jij elke zondag leest”.
Drie valkuilen
Omgekeerde zinnen: “Een mooi cadeau jij krijgen gaat” klinkt minder natuurlijk dan “Dit pakje staat voor jou al klaar”.
Stopwoorden: woorden als “toch”, “wel” en “heus” vullen soms alleen ruimte.
Herhaling: hetzelfde eindwoord twee keer gebruiken maakt meestal geen nieuw rijmpaar.
Kom je vast te zitten, schrijf dan eerst twee duidelijke zinnen zonder rijm. Kies het belangrijkste beeld en probeer pas daarna opnieuw. Je hoeft niet iedere strofe volgens hetzelfde schema te schrijven, zolang de tekst prettig klinkt.