Voor familie
Een warm Sinterklaasgedicht voor familie
Bij familie zit het persoonlijke vaak in gewoontes die zo vertrouwd zijn dat je ze nauwelijks meer opmerkt. De vaste pan soep of het rondje na het eten kan het middelpunt van je gedicht worden.
Kies een herinnering die jullie delen
Schrijf niet alleen dat iemand lief of gezellig is. Beschrijf wat diegene doet: een extra bord neerzetten, luisteren aan de keukentafel of altijd een thermoskan meenemen. Dat maakt je waardering zichtbaar. Eén klein tafereel vertelt vaak meer dan een lijst complimenten.
Voorbeeld: voor de kok die iedereen laat aanschuiven
Je roert de soep en proeft heel gauw,
dan vraag je: “Is er ook genoeg voor jou?”
Je schuift er nog een bordje bij:
“Kom zitten, hier is nog wat vrij.”We praten tot de afwas wacht
en iemand om het toetje lacht.
De kaars brandt op, de tijd gaat vlug,
we komen graag nog eens terug.Dit boek vol smaken is voor jou,
omdat ik van die avonden hou.
Maar wat er straks ook op tafel staat,
het fijnst is dat je ons aanschuiven laat.
Dit voorbeeld gebruikt een eenvoudig rijmschema en spreektaal. Geef je geen kookboek, vervang dan de cadeauzin. Een schort, kruiden of een zelfgeschreven receptenboekje passen ook bij het onderwerp. Noem eventueel het gerecht dat echt op tafel staat. Een pan erwtensoep geeft een ander beeld dan zelfgemaakte pizza’s.
Voorbeeld: samen wandelen
We lopen samen langs de sloot,
de wereld wordt een beetje groot.
Jij ziet een vogel, ik een steen,
en zo gaat heel de middag heen.Geen haast, geen lijst, geen druk verhaal,
gewoon een pad voor ons allemaal.
Dit pakje mag de volgende keer
gezellig mee door wind en weer.
Voor een thermosfles kun je het slot concreter maken: “De thee gaat voortaan met ons mee, / een warme pauze voor ons twee.” Zijn jullie met meer mensen, verander dan ook dat aantal. Juist zulke kleine controles zorgen dat een voorbeeld geen algemene tekst blijft.
Als een warm gedicht ook gevoelig kan zijn
Niet iedere familieavond is zorgeloos. Bij gemis, ziekte of onderlinge spanning hoef je moeilijke onderwerpen niet in het gedicht op te lossen. Houd het bij een klein, fijn moment dat voor de ontvanger prettig is. Laat vergelijkingen tussen broers, zussen of kleinkinderen weg.
Geef het gedicht jouw stem
Gebruik een aanspreekvorm die je echt gebruikt. Zeg je normaal “mam”, dan hoeft het niet ineens “lieve moeder” te worden. Lees het slot en vraag jezelf af of je dit ook rechtstreeks zou zeggen. Zo blijft het gedicht oprecht, ook wanneer je voor het rijm wat hulp hebt gebruikt.